Da sind wir wieder!

Ik word wakker met nekpijn in mijn krappe vliegtuigstoel. Maar zodra ik mijn ogen open, zie ik de eerste besneeuwde bergtoppen opdoemen. De zon staat hoog aan de blauwe hemel en schijnt fel in mijn nog kleine slaapogen. Een kleine tien minuten later landt het vliegtuig op Innsbruck.

De kou dringt door tot op m’n botten. Min tien. Brr, dat is nog even wennen. Nog geen acht uur geleden fietste ik met mijn kerstpakket onder mijn arm naar huis, door de regenachtige straten van Haarlem. Ik stopte de laatste spullen in mijn tas en aaide de kat nog een laatste keer.

Nu sta ik in de kou op het vliegveld van Innsbruck, samen met de kok van mijn chalet. We wachten op onze koffers. We kennen elkaar al van vorig jaar, toen hebben we ook samen een seizoen gedraaid in Haus Gretl in Serfaus. Dat is dus zo goed bevallen dat we ook dit jaar weer voor vier maanden naar de sneeuw vertrekken.

We rijden nog ongeveer anderhalf uur en hoe dichterbij Serfaus we komen, hoe mooier de omgeving wordt. Dikke lagen verse sneeuw bedekken de berm, de takken van de bomen zijn gehuld in een laagje rijp en boven de meren hangt een mysterieuze mist. Dit is hoe een winterwonderland eruit hoort te zien. Ik word meteen enthousiast en ben blij de sneeuw en de bergen weer te zien. We nemen nog even de dertien haarspeldbochten naar boven en rijden dan door Fiss, naar Serfaus.

‘Da sind wir wieder!’ roepen we bij het zien van ons vertrouwde chalet. We lopen gelijk door naar het zonnige balkon en strijken neer op het bankje. Ons favoriete uitzicht, de zon op ons gezicht. Ja, dit is thuiskomen.

‘Joehoe!’ De twee andere meiden die ook in Gretl komen werken en de introductie in Sankt Anton hebben gevolgd komen binnen. We horen gelijk wat wilde verhalen, hoe de chalets daar zijn en wie waar werkt. We doen een rondje door het chalet, verdelen de stafkamers en maken een lijst met wat we allemaal moeten doen deze week: inschrijven bij de gemeente, vouchers ophalen bij de Intersport, voorraad bestellen bij de groothandel, kamers schoonmaken, bedden opmaken, kerstversiering ophangen, de wasserij bellen etc. De lijst wordt alsmaar langer en langer.

De volgende dag beginnen we vol goede moed aan de taken en kunnen we aan het einde van de dag er best veel afstrepen. ’s Avonds gaan we eten in chalet Kelle samen met alle collega’s uit Serfaus en Fiss. Het is een kippenhok van jewelste, met tien vrouwen en drie mannen is dat natuurlijk te verwachten. Een groot deel van de groep kent elkaar van vorig jaar, dus de sterke verhalen, slechte grappen en goede herinneringen komen al snel op tafel. Ondertussen vallen we de heerlijke risotto aan en schrapen we de pannen leeg.

Opgehaald door onze favoriete taxichauffeur gaan we weer richting Serfaus. We gaan nog even de Patschi in. Dé après ski bar van het dorp. Ook hier is het alsof we nooit zijn weggeweest. Dezelfde Nederlandse barmannen, de veel te jongen skileraren, de coole snowboarders met knotjes en tatoeages en de slechte muziek. Fijn, we zijn weer thuis!