Weetje wat het allerleukste van dit werk is? Dat we bijna iedere dag even buiten mogen spelen in de sneeuw.

Niets mooiers dan op volle snelheid van de pistes glijden. De besneeuwde bergtoppen om je heen, de krakende sneeuw onder je en de strakblauwe lucht boven je. Daarvoor zijn we hier natuurlijk ook.

Wat ook heel leuk is aan zo’n heel seizoen in de sneeuw, is dat je alle sneeuwcondities meemaakt. Van verse poeder voor de perfecte track tot harde pistes om je snelheidsrecord nog eens te verbreken. Wil je iets leren in het funpark? Geen probleem, je hebt toch vier maanden om te oefenen. Je wordt hier vanzelf een pro!

Op woensdag zijn we vrij en als we de avond ervoor niet te enthousiast in de après-ski zijn geweest, staan we lekker vroeg op. Zo fijn om die eerste lift naar boven te pakken  en over die nog strak geprepareerde pistes naar beneden te zoeven. Of een stukje off piste te gaan waar nog niemand anders is geweest. Vaak spreken we later ergens af met de andere collega’s uit Fiss en snowboarden/skiën we de rest van de dag met z’n allen.

Af en toe nemen we een schnapsje om alvast in de stemming te komen voor de avond. Op woensdag is er namelijk een skishow in Serfaus. Om kwart voor negen pakken we de lift naar boven, we halen glühwein en zoeken een plekje tussen de hordes mensen. Een lichtspektakel schijnt gekleurde vormen op piste. Dan opeens dreunt het liedje ‘Circle of Life’ tussen de bergen en lopen de ‘giraffes’ over de piste. Een groep formatie skiërs in zebrapakken komen in hoge snelheid naar beneden. Snowboarders maken salto’s over een megaschans en ook de pistenbullys doen mee. Na driekwartier en een hoop ‘oeeeeeh’ en ‘aaaaas’ sluit de show af met een spetterend vuurwerk.

We boarden naar beneden en rollen gelijk door naar de Patschi, de enige echte après-ski tent in Serfaus. We zingen moeiteloos mee met alle après-ski hitjes. Van ‘wir woll’n die eisbären seh’n’ tot ‘Johnny Däpp en ‘we hebben een woonboot’. Niet omdat we zo van deze muziek houden, maar omdat deze liedjes je zelfs in je slaap gaan achtervolgen. Je hoort het overal. Op de piste, in de kroeg en de meeste gasten draaien het ook nog even bij het diner. Tja, sommige dingen moet je voor lief nemen als je in een skigebied werkt.

De donderdag is altijd een zware dag en gebruiken we vaak als rustdag. Na het ontbijt duiken we meestal ons bed weer in voor een marathon Netflix. Gelukkig zijn we op bijna alle andere dagen van de week wel op de piste te vinden. Tussen ontbijt en diner pakken we regelmatig wat afdalingen. We willen in een seizoen toch zoveel mogelijk kilometers maken.

De kop is eraf!

Het is zaterdag en onze eerste gasten arriveren. We verwelkomen ze natuurlijk met onze vers gebakken appelcake en een bakje koffie. Na wat praktische zaken, zoals de toeristenbelasting, ‘huisregels’ en wat informatie over het dorp en skigebied, brengen we ze naar de kamers.

Wijzelf gaan snel verder in de keuken, want er moet om half acht wel een driegangendiner klaarstaan. Op het menu staat huisgemaakte Japanse bouillon, Thaise curry met gamba’s en cornflakes-pannacotta als dessert. Yummie!

In onze eerste week is het kerst en dat vereist natuurlijk wat extra’s. Naast de kerstbomen en andere versieringen in het huis, maken we een uitgebreid kerstontbijt. We hebben de gebruikelijke broodjes, croissantjes, beleg en yoghurt, maar we serveren ook kerststol, zalm, camembert, smoothies en twee soorten eitjes. We dekken de tafels met kerstversiering en ondanks dat het al licht is ’s ochtends, steken we ook maar de kaarsjes aan.

’s Avonds trekken we onze mooiste kerstoutfits uit de kast en bereiden we een vijfgangendiner voor. Te beginnen met een bonbon van paddenstoelen met daaromheen parmaham en appel. Gevolgd door een kopje pastinaaksoep. Om even de smaak te verfrissen en het eten te laten zakken, krijgen onze gasten een spoom van vlierbloesem. Daarna gaan we door met het hoofdgerecht, hertenbiefstuk met een crème van pompoen, bloemkoolpuree en Hasselback-aardappeltjes. Het dessert is een huisgemaakte ijstaart. Lekker toch?

In de tweede week is het weer feest, namelijk oud en nieuw. Onze gasten hebben zich allemaal verkleed en met getoupeerde glitterkapsels gaan ze het oliebollenspel spelen. Heel leuk. En voor ons ook nog eens lekker makkelijk. In plaats van een diner willen ze namelijk graag een buffet. We staan de hele middag met z’n drieën in de keuken en maken allerlei hapjes. Daarna zijn we zelf vrij en proosten we vast op het oude jaar. Om tien uur zijn ook onze collega’s in Fiss klaar en luiden we daar met z’n allen het nieuwe jaar in!

De week vliegt voorbij en zo is het ineens weer zaterdag. En zaterdag betekent geen weekend bij Wens. Nee, schoonmaakdag. De favoriete dag van de staf. We trekken onze latexhandschoenen aan, pakken een vuilniszak en gaan als een razende door alle kamers. We legen alle prullenbakken, halen de bedden af en gooien alle ramen open. Dan pakken we de emmers erbij, sopje, doekjes, muziek keihard aan en gaan!

Na een uur of vier zijn alle zestien badkamers, zes appartementen, vier kamers, woonkamer, eetkamer en 31 bedden schoon en opgemaakt. Wijzelf ploffen uitgeput op de bank, maar dat is van korte duur. De nieuwe gasten zijn er…

 

Da sind wir wieder!

Ik word wakker met nekpijn in mijn krappe vliegtuigstoel. Maar zodra ik mijn ogen open, zie ik de eerste besneeuwde bergtoppen opdoemen. De zon staat hoog aan de blauwe hemel en schijnt fel in mijn nog kleine slaapogen. Een kleine tien minuten later landt het vliegtuig op Innsbruck.

De kou dringt door tot op m’n botten. Min tien. Brr, dat is nog even wennen. Nog geen acht uur geleden fietste ik met mijn kerstpakket onder mijn arm naar huis, door de regenachtige straten van Haarlem. Ik stopte de laatste spullen in mijn tas en aaide de kat nog een laatste keer.

Nu sta ik in de kou op het vliegveld van Innsbruck, samen met de kok van mijn chalet. We wachten op onze koffers. We kennen elkaar al van vorig jaar, toen hebben we ook samen een seizoen gedraaid in Haus Gretl in Serfaus. Dat is dus zo goed bevallen dat we ook dit jaar weer voor vier maanden naar de sneeuw vertrekken.

We rijden nog ongeveer anderhalf uur en hoe dichterbij Serfaus we komen, hoe mooier de omgeving wordt. Dikke lagen verse sneeuw bedekken de berm, de takken van de bomen zijn gehuld in een laagje rijp en boven de meren hangt een mysterieuze mist. Dit is hoe een winterwonderland eruit hoort te zien. Ik word meteen enthousiast en ben blij de sneeuw en de bergen weer te zien. We nemen nog even de dertien haarspeldbochten naar boven en rijden dan door Fiss, naar Serfaus.

‘Da sind wir wieder!’ roepen we bij het zien van ons vertrouwde chalet. We lopen gelijk door naar het zonnige balkon en strijken neer op het bankje. Ons favoriete uitzicht, de zon op ons gezicht. Ja, dit is thuiskomen.

‘Joehoe!’ De twee andere meiden die ook in Gretl komen werken en de introductie in Sankt Anton hebben gevolgd komen binnen. We horen gelijk wat wilde verhalen, hoe de chalets daar zijn en wie waar werkt. We doen een rondje door het chalet, verdelen de stafkamers en maken een lijst met wat we allemaal moeten doen deze week: inschrijven bij de gemeente, vouchers ophalen bij de Intersport, voorraad bestellen bij de groothandel, kamers schoonmaken, bedden opmaken, kerstversiering ophangen, de wasserij bellen etc. De lijst wordt alsmaar langer en langer.

De volgende dag beginnen we vol goede moed aan de taken en kunnen we aan het einde van de dag er best veel afstrepen. ’s Avonds gaan we eten in chalet Kelle samen met alle collega’s uit Serfaus en Fiss. Het is een kippenhok van jewelste, met tien vrouwen en drie mannen is dat natuurlijk te verwachten. Een groot deel van de groep kent elkaar van vorig jaar, dus de sterke verhalen, slechte grappen en goede herinneringen komen al snel op tafel. Ondertussen vallen we de heerlijke risotto aan en schrapen we de pannen leeg.

Opgehaald door onze favoriete taxichauffeur gaan we weer richting Serfaus. We gaan nog even de Patschi in. Dé après ski bar van het dorp. Ook hier is het alsof we nooit zijn weggeweest. Dezelfde Nederlandse barmannen, de veel te jongen skileraren, de coole snowboarders met knotjes en tatoeages en de slechte muziek. Fijn, we zijn weer thuis!